Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Uitgebreid zoeken
Kleigronden
Kleigronden

​Kleigronden verschillen per regio. De zwaarte van de grond (hoe meer lutum, hoe zwaarder de grond) en het kalkgehalte bepalen de eigenschappen. 

Kleigronden in de Flevopolders hebben een bouwvoor die nog vrij arm is aan organische stof. Daardoor kan de bodemstructuur snel verslechteren. Er is dan sprake van poldervaaggronden. De bodemstructuur is bij deze jonge gronden echter wel beter dan bij oude zeekleigronden. De structuur verbetert met gewassen die veel organische stof achterlaten, zoals granen of grasland. Ook groenbemesters, vaste mest en compost verbeteren de structuur. Verder is het tijdstip van de grondbewerking van belang. Grondbewerking in het late najaar, vaak onder natte condities, bepaalt in grote mate de bodemstructuur die wordt verkregen. Deze werkt sterk door in het volgende groeiseizoen.

De oudere zeekleigronden in het zuidwesten en het noorden van Nederland zijn bij voldoende bemesting zeer productief. Toch kennen ook deze gronden problemen. Het organische stofgehalte is in het algemeen laag, lager dan drie procent. Een slechte bodemstructuur is dan het gevolg. Onder de bouwvoor ligt vaak een verdichte laag van ca. 20 cm, een zogenaamde ploegzool. Van nature zijn de kleigronden goed doorwortelbaar. Te zware machines veroorzaken echter verdichting. Door gras- en graangewassen te telen blijft de ondergrond open en een vroege oogst voorkomt verdichting.

Kalkloze kleigrond
In zee- en rivierklei komen kalkloze kleigronden voor. Het zijn in het algemeen zware gronden. In het rivierkleigebied worden ze komkleigronden genoemd. De zwaarte in combinatie met het gebrek aan kalk maakt ze moeilijk bewerkbaar. Daarom zijn deze gronden vooral geschikt voor grasland. Voorzichtigheid met berijden onder (te) natte omstandigheden is een belangrijk aandachtspunt op deze gronden.

Bronnen:

  • Bokhorst, J. (2006). Bodem onder het landschap. Roodbont uitgeverij. Zutphen. ISBN 90-75280-94-7. 136 p.
  • Jongmans, A.G., M.W. van den Berg, M.P.W. Sonneveld, G. Peek en R. van den Berg van Saparoea (2012). De landschappen van Nederland; geologie, bodem, landgebruik. Wageningen Academic Publishers.
  • Koopmans, C.J., J. Bokhorst, C. ter Berg en N. van Eekeren (2012). Bodemsignalen. Praktijkgids voor een vruchtbare bodem. Roodbont Uitgeverij, Zutphen. 96 p.
Kleigronden;