Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Uitgebreid zoeken
Bodemstructuur
Bodemstructuur

De structuur van de bodem wordt gevormd door samenhangende bodemdeeltjes die met organisch materiaal een stabiel geheel vormen. Ze worden ook wel aggregaten genoemd. De ontwikkeling van aggregaten hangt af van kitstoffen van bodemorganismen, zoals bacteriën die allerlei stoffen uitscheiden. Die laten bodemdeeltjes samenklonteren. Regenwormen mengen en eten grond en organisch materiaal. Dit scheiden ze weer uit met kitstoffen. Schimmels kunnen met name na het toevoegen van organisch materiaal lange draden (hyphen) vormen, die als bundels door de bodem lopen en zo de bodemdeeltjes verkitten.

Nog niet verteerde wortelresten kunnen de bodemstructuur tijdelijk verstevigen. Ook klei en humus geven stabiliteit aan de structuur door zogenoemde klei-humuscomplexen. Hierbij spelen ijzeroxiden en andere mineralen als calcium, magnesium en aluminium een belangrijke rol, omdat ze de binding tussen klei en humusdeeltjes versterken.

Zuurstof
Zuurstof in de grond is nodig voor de levensprocessen in wortels. De kooldioxide die hierbij vrijkomt, moet weer worden afgevoerd. Niet alleen het zuurstofgehalte van de grond is belangrijk, maar ook de snelheid waarmee dit wordt aangevoerd. Dit kan alleen als de poriën in de bodem in verbinding staan met de buitenlucht. Een kruimelige structuur en een voldoende hoog organisch stofgehalte zijn belangrijk om voldoende zuurstof in de bodem te krijgen. Slempgevoelige gronden moeten regelmatig open geschoffeld worden. Grond met minder water en meer lucht warmt in het voorjaar sneller op. Dat stimuleert de mineralisatie.

Bron
:

  • Koopmans, C.J., J. Bokhorst, C. ter Berg en N. van Eekeren (2012). Bodemsignalen. Praktijkgids voor een vruchtbare bodem. Roodbont Uitgeverij, Zutphen. 96 p. 
Bodemanalyse;