Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Uitgebreid zoeken
u bevindt zich: Home
pH speelt belangrijke rol in het bemestingsplan

Een goed bemestingsplan omvat meer dan alleen maar uitgaan van de ruimte die de landelijke stikstof- en fosfaatgebruiksnormen bieden. Bij het ‘plannen’ van de bemesting wordt rekening gehouden met de te verwachten aanbod uit de grond, hetzij uit relatief recent gegeven meststoffen of op basis van al opgebouwde organische stof, de textuur en structuur van de bouwvoor. Buiten de mariene (zeeklei) gronden speelt vooral ook de pH een belangrijke rol in het bemestingsplan. Met een bemestingsplan bepaald u dus eerst hoeveel er waar en wanneer nodig is. Vervolgens moet de aanvoer van N en P2O5 wel gecheckt worden met de regelgeving voor 2021. 

Fosfaatnormen vanaf 2021 gebaseerd op nieuwe toestandsmeting
De huidige tabel ‘Stikstof landbouwgrond’ in het mestbeleid is voor 2021 nog bruikbaar. De grootste veranderingen ontstaan volgend groeiseizoen bij fosfaat. Vanaf 1 januari 2021 worden de fosfaatnormen gebaseerd op de P-toestand gemeten door P-CaCl2 en P-AL. Zolang de bestaande bouwlandonderzoeken op 15 mei 2021 niet ouder zijn dan 4 jaar mag ook het ‘oude’ Pw-getal nog worden gebruikt. Op dit moment, begin december, is echter nog niet duidelijk of dat ook geldt voor de grondmonsters die genomen zijn tussen 15 mei 2020 en 1 januari 2021. Vanuit LNV en RVO wordt aangegeven dat alle grondmonsters jonger dan 4 jaar, mits bemonsterd is voor 1 januari 2021 mogen worden gebruikt, ongeacht de P-analyse. In de wet is het echter zodanig geformuleerd dat de grondonderzoeken in de periode tussen 15 mei 2020 en 1 januari 2021 tussen wal en schip vallen wat het Pw-getal betreft. Juist in het zuidwestelijk kleigebied, maar ook wel in andere regio’s geeft het Pw-getal meer fosfaatruimte dan op basis van de 'nieuwe' P-parameters. Op de kalkrijke klei heeft dat vooral te maken met een relatief hoge P-AL waarde. De binding aan Ca2+ veroorzaakt een relatief lage directe beschikbaarheid uitgedrukt in Pw-getal en PCaCl2. Concreet betekent dit dat de P-gebruiksnorm, soms behoorlijk, lager wordt en er minder dierlijke mest kan worden aangevoerd. 

5 kg P2O5 extra
Er is voor de gangbare akkerbouw 5 kg P2O5 per ha bouwland extra aan ruimte, boven de reguliere P-norm, zodra de P-toestand in de klasse 'Hoog' zit. Op het betreffende perceel moet dan wel minimaal 20 kg P2O5/ha met vaste organische (strorijke) mest worden gegeven. Helaas biedt dat bijvoorbeeld voor het Zuidwesten geen oplossing omdat daar, vanwege de relatief lage PCaCl2, de P-klasse 'Hoog' nauwelijks voorkomt. Als er geen oplossing komt betekent dit dat bij de uitfasering van het Pw-getal er steeds minder fosfaatruimte overblijft. 

Mest voorafgaand aan de aardappelen
Kijk kritisch naar de inzet van dierlijke mest. Aardappelen is nog steeds een van de meest behoeftige teelten. Plan waar mogelijk dierlijke organische mest zoveel mogelijk vlak voor de aardappelteelt. Dat kan ook goed over de ploegsnede, mits de ondergrond droog genoeg is. Dit betekent dat dierlijke mest veelal bij de latere consumptie- en frietrassen wordt toegepast. Bij de vroege teelten ligt de focus meer op zo vroeg mogelijk poten.

Eventueel kan ook een (matige) gift in de stoppel vooraf aan een groenbemester worden toegepast. Indien de N-ruimte dat minder toelaat, kan drijfmest bijvoorbeeld ook in het voorjaar op de wintertarwe komen ter vervanging van de 2e en 3e N-gift. Vervanging van de kunstmestgift in het voorjaar geeft al snel de dubbelle hoeveelheid t.o.v. de gift aan de groenbemester (op klei 60 kg N/ha). Zaai echter wel een groenbemester in de stoppel zodat de eerder gegeven, op dat moment minder noodzakelijke fosfaat en kali, alsnog via de groenbemester in organisch gebonden vorm de winter overgaat. Na mineralisatie komt dit (en N) voor de volgteelt weer beschikbaar. Fosfaat blijft door opname door de groenbemester beter voor de plant beschikbaar dan na binding van de ortho-P aan de Ca2+-ionen.

Bron: Delphy

Regelgeving;P Fosfor;N Stikstof;
gerelateerd