Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Uitgebreid zoeken
Organische meststoffen
Betere N-benutting met groenbemester na mestgift in de stoppel

De teelt van een groenbemester in combinatie met een mestgift in de stoppel verbetert de stikstofbenutting van de dierlijke mest. De groenbemester legt stikstof vast in het najaar en levert dit via mineralisatie terug aan het volgende gewas. De betere benutting geldt alleen na een gewas dat weinig N achterlaat in de bodem, zoals granen.

De voordelen van een groenbemester zijn:

  • Extra aanvoer van organische stof, (sterk afhankelijk van de gekozen soort)
  • Extra N-ruimte (afhankelijk grondsoort):
    - 50-60 kg N/ha niet-vlinderbloemige groenbemester
    - 25-30 kg N/ha vlinderbloemige

N-gift groenbemester
Voor een geslaagde teelt van een groenbemester zijn een vroege zaaidatum en een N-gift belangrijk:

  • Geef bij een lage N-min voorraad 30 tot 50 kg N per ha met kunstmest of een beperkte gift organische mest (bijvoorbeeld 15 tot 20 m3 varkensdrijfmest per ha).
  • Geef niet meer stikstof dan nodig is, omdat de te veel gegeven stikstof verloren gaat.
    De drijfmestgift in de stoppel telt mee in de aanvoer voor de stikstofgebruiksnorm. Voor klei en veen geldt een forfaitaire N-werking van 60%, voor zand en löss van 65%.

Voorwaarden extra gebruiksruimte
Voor een groenbemester krijgt u extra gebruiksruimte als u voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • Zand, löss en veen: zaaien vóór 1 september en na 1 december ploegen
  • Klei: zaaien vóór 1 september en ploegen nadat de groenbemester minimaal 8 weken aantoonbaar is geteeld.

Lees meer over groenbemesters:

 

Organische meststoffen;Toepassing;
gerelateerd