Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Uitgebreid zoeken
u bevindt zich: Home > Bemesting > Overige gewassen
Overige gewassen
Zaai die groenbemester, nu het nog kan!

Als u, om wat voor reden dan ook, op een geoogst perceel nog geen groenbemester heeft ingezaaid, dan is het nu een prima tijd om dit alsnog te doen. Groenbemesters zijn immers een basis voor een gezonde bodem. Wel vraagt, met name op de zandgronden, de aaltjessituatie extra aandacht.

Voordelen groenbemesters

  • Extra aanvoer van organische stof.
    • verbetering van de bodemstructuur door binding van de bodemdeeltjes;
    • minder kans op verstuiven;
    • minder snel wateroverlast in de winter;
    • verbetering van het vochthoudend vermogen van de grond.
  • Verbetering van de bewortelbaarheid van de grond.
  • Verhoging van de voedingsbuffer (CEC); het vermogen van de grond om voedingsstoffen vast te houden.
  • Opname van stikstofresten na het hoofdgewas. Alle gewassen laten stikstof na in de bodem. Zodra een gewas ophoudt met N-opname en de mineralisatie door gaat, neemt de hoeveelheid stikstof in de bodem toe. Een groenbemester neemt deze op en kan deze weer vrijgeven in het volgende jaar.
    Een groenbemester gezaaid vóór 1 sept kan tot 80 kg N opnemen. Bij zaai tot half sept is dit 40-50 kg N. Na 1 okt is dit nog slechts minder dan 20 kg N.
  • Stimulering bodemleven (afhankelijk van type groenbemester). 
    • Bestrijding van aaltjes. Een voorbeeld in dit kader is dat bietencystenaaltjes bestreden worden met een resistent ras bladrammenas of gele mosterd.

Op de zandgronden vraagt de aaltjessituatie extra aandacht. Bij een goed inzicht in de aaltjessituatie op de percelen is een juiste keuze mogelijk. Bij een verkeerde groenbemesterkeuze bestaat de kans op extra vermeerdering van schadelijke aaltjes en schade in het volggewas. Meer info vindt u o.a. op www.aaltjesschema.nl.

GLB eisen

Om aan de GLB voorwaarden te voldoen moet een groenbemester zijn ingezaaid zijn vóór 16 oktober. Voor de vergroeningvoorwaarden moet de groenbemester minimaal 8 weken blijven staan. Tevens moet er sprake zijn van inzaai van een mengsel waarbij de 2e soort minimaal 3 gewichts% moet bedragen. 


Tabel 1. Effect groenbemesters op aaltjes  

 Groenbemesters Witte bietencyste
aaltje

Wortelknobbel
aaltje
(M. chitwoodi)

Wortelknobbel
aaltje
(M. fallax)
Wortellesie
aaltje
(P. penetrans)
Vrijlevend aaltje (T. similis)
Vrijlevend aaltje
(P. teres)

Engels raaigras
0
+
+++
+
+++
+++​
Italiaans raaigras0
++
+++
+++
​+++
+++​
​Bladrammenas
​-- R
0 R​​+ R
+++​++​​+
​Gele mosterd
​-- R
++​​++
​+++
+++​+​
​Afrikaantje
​0
0​0​--​+++​​+++
​Japanse Haver
​?
+​?​-​?​?​
​Zomergerst
​+
​+
+​++​++​++​
​Bladkool
​+++
?​?​+​​+++
+++​
​(Winter)rogge
​0
​+++
​++
++​+++​+++​


Tabel 2. Info inzaai van enkele groenbemesters  
 GroenbemestersUiterste zaaidatum
Hoeveelheid 
zaaizaad
kg/ha

Hoeveelheid 
effectieve o.s. 
kg/ha
Zaad
€/ha
Engels raaigras
begin augustus
25
1080
70
Italiaans raaigrashalf augustus
30
1080
70
​Bladrammenas
​begin september
20-25​850
90​
​Gele mosterd
​half september
15-20​850
​60
​Afrikaantje
​begin augustus
150​850​150​
​Japanse Haver
half september
75
850​50​
​Zomergerst
​half september
​75
850
20
​Bladkool
half september
8-12
850
30​
​Rogge
​begin oktober
​80-150
​400
65
​Strohakselen 5 ton/ha
-​-​1200​-​


Bron: Delphy


Overige gewassen;Groenbemesters Bladrammenas;Groenbemesters Gele mosterd;Groenbemesters Italiaans raaigras;Groenbemesters Japanse haver;
gerelateerd