Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Uitgebreid zoeken
u bevindt zich: Home
Wat kunt u verwachten aan stikstofnalevering?

Voor veel akkerbouwers is het nieuwe bemestingseizoen afgelopen augustus al begonnen met de teelt van een groenbemester en de eventueel vlak daarvoor uitgereden organische mest (al dan niet doorgeschoven vanuit het afgelopen voorjaar). De N-werking van deze mest is nadrukkelijk afhankelijk van de neerslag gedurende het winterseizoen én van de samenstelling (Nmin en Norg). De hoeveelheid direct beschikbare N (Nmin) en organisch gebonden N (Norg) wordt tegenwoordig niet meer gemeten, wel zijn er forfaitaire normen voor. In hoeverre deze matchen met de daadwerkelijk aanwezig hoeveelheid, is echter de vraag. Zeker bij bewerkte mest, bijv. een mix van varkensmest en rundermest moet er een schatting worden gemaakt.

Als we kijken naar de actuele N-situatie, dan kunnen we er op dit moment vanuit gaan dat er meer N voorradig is dan na de vorige (natte) winterperiode. Het is verstandig om op enkele percelen in februari-maart een Nmin monster te nemen zodat duidelijk is wat er precies aan direct beschikbare stikstof voorradig is. Daarnaast zal er gedurende het groeiseizoen nog extra stikstof vrijkomen uit de Norg. In onderstaande tabel is de extra nawerking van de Norg, na de Nmin meting, berekend (op basis forfaitaire waarden) en weergegeven ten opzichte van N-totaal.

Tabel 1. N-werking van organische mest in % van N-totaal (na Nmin) 

MestsoortN-totaal 
Drijfmest rundvee
Drijfmest rosékalveren
Drijfmest witvleeskalveren
Drijfmest vleesvarken
10
9
4
12
9
Vaste mest rundvee
Vaste mest pluimvee
Vaste mest kippenstrooisel
Vaste mest vleeskuikens
Vaste mest geiten
17
22
22
21
19

Bij een langjarig gebruik van mest kan rekening worden gehouden met een fosfaatwerking van 100%. Wordt er echter bijvoorbeeld maar 1 keer in de 4 jaar dierlijke mest aangevoerd, dan is de (directe) fosfaatwerking van rundermest 60%, van varkensmest 100% en van kippenmest 70%. De kali werkt bij alle mest 100%.

Goed ontwikkelde groenbemesters 
Gemiddeld gesproken zijn de groenbemesters het afgelopen najaar wel geslaagd, waarbij er sprake is van een redelijk zware ontwikkeling. Afhankelijk van het moment van onderwerken of het afvriezen van de groenbemester kan er rekening worden gehouden met een bepaalde N-werking. Zodra er een Nmin monster wordt genomen, zit een deel (of alle) N reeds in de Nmin meting (zie tabel 2). Tegenwoordig worden er veel groenbemestermengsels gezaaid. Maak dan zelf op basis van het daadwerkelijk aandeel aanwezige type groenbemesters een schatting van de N-werking met behulp van onderstaande tabel.

Tabel 2. N-werking van groenbemesters (kg N/ha)  
Type groenbemester Ontwikkeling Onderwerken in de herfstOnderwerken voorjaar1
 
vóór Nmin na Nmin   
Kruisbloemigen
licht
15 0 20

zwaar
30
0
40
Vlinderbloemigen
licht
3020
30
  zwaar60
40 60
Grasachtigen
licht
15 1020
 zwaar
6040
40

1) Reeds afgevroren of vroeg geklepelde niet grasachtige groenbemesters hebben een N-werking die vergelijkbaar is aan onderwerken
 in de herfst.

Bron: Delphy, OCI-Agro

N Stikstof;P Fosfor;K Kali;Groenbemesters Gele mosterd;
gerelateerd