Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Uitgebreid zoeken
u bevindt zich: Home > Bemesting > Biet
Biet
Wat betekent meerwassigheid voor de bemesting?

De suikerbieten hebben dit jaar op veel percelen een forse meerwassigheid. Met name op de zwaardere gronden was de opkomst problematisch en is er soms meerdere keren beregend om de bieten te laten kiemen en boven te krijgen. Wat betekent dit alles voor de (bij)bemesting?

In het algemeen zijn alle planten die er nu staan, of zelfs nog moeten komen, nodig voor een maximale opbrengst. Alleen op de zeer lichte zavelgrond staat een regelmatig gewas dat nu in het 2-6 bladstadium is. In dit stadium kan er een (aanvullende) N-gift worden gegeven. Proeven geven aan dat de N-richtlijn van 200 kg N minus 1,7 x Nmin nog steeds actueel is.
Meestal is er, voorafgaand aan de zaai tot zelfs vóór opkomst, al een basisgift gegeven. In dat geval kan er voor een aanvullende N-gift gerust gewacht worden tot de kleinste bieten in het 4-6 bladstadium staan. Indien er nu nog geen stikstof is gegeven, moet er gewacht worden totdat de kleinste bieten in het 2-bladstadium staan om de (volledige) gift te geven. Bij kleinere bieten is er anders te veel risico op verbranding. 

Voor de hoogte van de bijbemesting met stikstof is het goed deze nog eens kritisch te beschouwen als er vloeibare stikstof in de rij is toegepast. Er is een aantal loonwerkers dat bij zaai direct vloeibare N in de rij meegeeft. Dit kan een besparing opleveren van 15% N en bij een slechte structuur zelfs tot 30% ten opzichte van volvelds. Een nadeel van een dergelijke rijenbemesting is dat, zeker in een druk voorjaar, loonwerkers uitgaan van één standaardgift. Een bietenteler zou in overleg moeten gaan om dit meer te flexibiliseren zodat er rekening kan worden gehouden met verschillen in N-nalevering en N-behoefte. Een andere optie is het afspreken van een lagere basisgift, zodat je als teler sowieso meer sturingsmogelijkheden voor bijbemesting hebt.

Bron: Delphy, OCI Agro 

Biet;N Stikstof;
gerelateerd