Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Uitgebreid zoeken
u bevindt zich: Home > Meststoffen > Kunstmest
Kunstmest
Hoe is chloorschade aan gewassen te voorkomen

Chloor kan al bij geringe hoeveelheden schadelijk zijn voor planten. Behalve grassen en granen zijn alle gewassen in zekere mate chloorgevoelig. Daarom wordt er onderscheid gemaakt tussen chloorarme en chloorhoudende meststoffen. De gevoeligheid voor chloor wordt tevens bepaald door de zwaarte van de grond. Chloorschade kan voorkomen worden door kalibemesting op het juiste moment toe te passen.

Chloorarme en chloorhoudende meststoffen
Kalimeststoffen en samengestelde meststoffen zijn onder te verdelen in chloorhoudend, chloorarm en chloorvrij. Kali wordt gewonnen in mijnen, waar op grote diepte kalizout aanwezig is. Deze ‘ruwe kali’ komt daar voor als KCl (kaliumchloride) en bevat dus chloor.

Omdat sommige akkerbouwgewassen en de meeste tuinbouwgewassen Cl-ionen slecht verdragen, wordt een deel van het KCl chemisch omgezet in kaliumsulfaat (K2SO4) of kaliumnitraat (KNO3). Deze vormen de basis voor chloorarme meststoffen, waarvan het chloorgehalte minder dan 2% bedraagt. Patentkali, zwavelzure kali en kalisalpeter worden op de markt als chloorarme meststoffen verkocht. De bekendste chloorhoudende meststof is kali 60.

Chloorschade door kalibemesting voorkomen
Er zijn twee hoofdmomenten in het jaar dat kalibemesting plaats vindt: in het voorjaar of in het najaar. Kali strooi je in het voorjaar als je te maken hebt met gronden die gevoelig zijn voor uitspoeling. Alleen moet je er dan wel voor zorgen dat chloorgevoelige gewassen een chloorarme meststof krijgen.
 

 De chloorgevoeligheid van gewassen
 GevoeligheidGewas
NietGranen, graszaad, uien, spinazie, witlof, rode en witte kool, rode biet, luzerne, maïs
 MatigBloemkool, savooie kool, spruitkool, broccoli, wortelen, prei, bloembollen
SterkAardappelen, vlas, groenten, bonen


 
In het najaar strooien heeft verschillende voordelen. De chloorhoudende meststoffen, die doorgaans goedkoper zijn dan de chloorarme, verliezen door uitspoeling de Cl
-. De K+ wordt echter gebonden aan het kleihumuscomplex en blijft zo ter beschikking van het gewas. Ook voor de chloorgevoelige gewassen kun je op deze manier gebruikmaken van chloorhoudende meststoffen. Een voorwaarde is wel dat de grond voldoende in staat is de K+ te binden. Op zeer lichte grond van minder dan 15% afslibbaar en zandgrond wordt aangeraden in het voorjaar chloorarme (patent)kali te gebruiken.

Chloorschade uit zich in het ombuigen van de bladranden in de lengterichting en opbrengstreductie. Als je veel kali moet strooien en je zou dat allemaal in het voorjaar doen, dan komt er ook een grote hoeveelheid zout in één keer in de grond. De zoutconcentratie bij de wortels wordt dan te hoog met het risico op zoutschade. Als je in het najaar strooit, is in het voorjaar de kali wat gelijkmatiger in de grond verdeeld.

Bronnen

  • Bries, J. (2009). Optimale kalibemesting in aardappelen. Bodemkundige Dienst van België (BDB).
  • Broekhuizen, J. (2013). Bodem, bemesting en teeltplan.
Kunstmest;Toepassing;Kalimeststoffen;
gerelateerd