Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Uitgebreid zoeken
u bevindt zich: Home > Meststoffen > Hoofdelementen
Hoofdelementen
Zwavelbemesting alleen waar nodig

Een kleine zwavelbemesting van 15 tot 20 kg zwavel per ha is in de meeste situaties meer dan voldoende. De juiste verhouding tussen stikstof en zwavel is ongeveer 4:1. Het algemeen advies luidt: geef niet meer zwavel dan nodig, anders treedt verzuring van de bodem op en spoelt zwavel uit naar het milieu.

Een goede afweging maken
Zwavelmeststoffen geven meer verzuring dan bijvoorbeeld kalkammonsalpeter (KAS). Een overmaat geeft onnodige extra verzuring van de bodem. Daarom is het gewenst om niet meer te bemesten dan het gewas nodig heeft. Een te hoge zwavelbemesting op grasland geeft bij vee een slechtere opname van koper en selenium. Controleer eerst de zwavelvoorraad aan de hand van uw bodemanalyses voor u besluit een zwavelhoudende meststof toe te passen.

Verhouding stikstof en zwavel
De meest geschikte verhouding stikstofzwavel is 3:1 of 4:1, bijvoorbeeld 24% stikstof en 7% zwavel. Meststoffen met deze verhouding zijn uitstekend geschikt om te voorzien in de zwavelbehoefte van gewassen zoals gras, koolzaad en koolsoorten.

Hoe snel werkt de zwavel uit kunstmest?
Zwavel in minerale meststoffen is direct beschikbaar als deze in sulfaatvorm in de meststof aanwezig is. Voorbeelden van dergelijke meststoffen zijn Granular3 (zwavelzure ammoniak), patentkali, kieseriet en bitterzout. Het maakt geen verschil aan welk kation het sulfaat gebonden is.

Geen elementaire zwavel
Elementaire zwavel komt pas na oxidatie beschikbaar voor de plant. Dit neemt enige tijd in beslag. Producten met elementaire zwavel zijn daardoor minder geschikt en worden weinig toegepast voor de zwavelbemesting.
 
Bronnen

  • Remmelink, G., Middelkoop, J. van, Ouweltjes, W. & Wemmenhove, H. (2015). Handboek Melkveehouderij 2015/2016. Wageningen UR.​
Hoofdelementen;S - Zwavel;Kunstmest;Eigenschappen;
gerelateerd