Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Hoe haalt u het meest uit uw groenbemester?

Groenbemesters nemen in veel bouwplannen een steeds belangrijker plaats in. Hoe kunt u in uw bemestingsplan rekening houden met hoeveel N die beschikbaar komt uit de groenbemester of uit oogstresten? Wat kunt u doen voor een geslaagde groenbemesterteelt? Dit artikel zet de belangrijkste zaken op een rij.

  • Voor een gezonde bodem
  • Gebruiksnormen groenbemesters
  • Mineralisatie en het beschikbaar N
  •  Bovengrondse N-opname
  • N-nalevering in het voorjaar 
     

Voor een gezonde bodem
Groenbemesters dragen bij aan de bodemstructuur, de organische-stofvoorziening en in een aantal gevallen aan de vermindering van aaltjes. Daarnaast binden vlinderbloemigen stikstof uit bodem en lucht.
De N-nalevering van verschillende groenbemesters en gewasresten loopt sterk uiteen. Het organische materiaal wordt immers op verschillende tijdstippen in de grond gewerkt en verschilt sterk in hoeveelheid en in de verteerbaarheid door micro-organismen.

De N-mineralisatie van organisch materiaal is namelijk afhankelijk van:

  • De verhouding tussen koolstof en stikstof (C/N-verhouding)
  • De humificatiecoëfficiënt (fractie die na 1 jaar overblijft in de vorm van humus)
  • Tijdstip van onderwerken
  • Hoeveelheid ondergewerkte N
  • Mate waarin het materiaal wordt verkleind.


Gebruiksnormen groenbemesters (kg N per ha per teelt)

De stikstofnalevering in het voorjaar is onder meer afhankelijk van een eventuele startgift. Vooral in een N-arme stoppel zoals graan of graszaad is een beperkte startgift nodig. Is er organische mest gegeven dan is dit niet nodig, mits er voldoende vocht aanwezig is. Voor de teelt van een groenbemester geldt een gebruiksnorm waardoor het mogelijk is extra N te gebruiken (zie tabel 1). De startgift is hiermee gedekt.​  

Tabel 1. Gebruiksnormen groenbemesters (kg N per ha per teelt) op 
verschillende grondsoorten    
GroenbemesterKleiZand LössVeen
Niet-vlinderbloemigen bladrammenas, gele mosterd, gras/granen60505060
Vlinderbloemigen (wikke)30252530
Tagetes90808090

 
Voorwaarden bij bovenstaande gebruiksnormen:
  • Op klei: inzaaien vóór 1 september en ploegen nadat de groenbemester aantoonbaar minimaal 8 weken wordt geteeld
  • Op zand, löss en veen: inzaaien vóór 1 september en na 1 december ploegen
  • Voor groene braak en als de groenbemester minimaal 10 weken in het groeiseizoen op het land staat en aansluitend daarop een volggewas wordt geteeld, geldt een uitzondering als het gaat om voorwaarden voor de gebruiksnormen
  • De normen gelden niet voor groenbemesters die aansluiten op maïs.
     

Mineralisatie en beschikbaarheid N
Groenbemesters leggen stikstof vast. Dat betreft de stikstof die is achtergebleven in de bodem en de stikstof die vrijkomt uit gewasresten. Na de winter komt deze N geleidelijk beschikbaar voor het volggewas. De hoeveelheid N de groenbemester vastlegt, is afhankelijk van de C/N-verhouding. Hoe lager deze verhouding, hoe meer stikstof er gedurende de winter uitspoelt en dus niet beschikbaar is voor het volggewas. Tabel 2 geeft inzicht in de C/N-verhouding met tussen haakjes de variatierange.

Tabel 2. C/N-verhouding groenbemesters
Groenbemester C/N-verhouding
Bladrammenas 18 (15-25)
Bladkool 21
Engels raaigras 17 (10-20)
Gele mosterd 18 (15-25)
Italiaans raaigras 17 (15-25)
Perzische klaver 16 (15-20)
Raketblad 24
Rode klaver 14 (10-15)
Tagetes 19 (15-25)
Winterrogge 15
Witte klaver 12 (10-15)

  
De hoeveelheid stikstof die ter beschikking komt van het volggewas en het tijdstip waarop deze N beschikbaar komt, hangt af van:

  • de verteringssnelheid van het gewas
  • de grondsoort
  • de vorstgevoeligheid van de groenbemester
  • het tijdstip van inwerken
  • het volggewas. 

Bladrijke gewassen met een lage C/N-verhouding verteren snel en de vrijkomende stikstof gaat gedurende de winter voor een deel verloren. Gewassen met een hoger drogestofgehalte en een hogere C/N-verhouding daarentegen verteren langzamer en de N komt dan voor een groter deel beschikbaar voor het volggewas. Hierbij gelden de volgende vuistregels:

  • Niet-vlinderbloemige groenbemesters bij onderwerken in de herfst: 40% van de N in de bovengrondse delen komt beschikbaar
  • Niet-vlinderbloemige groenbemesters bij onderwerken in het voorjaar: 50% van de N in de bovengrondse delen komt beschikbaar
  • Vlinderbloemigen: 75% van de N in de bovengrondse delen komt beschikbaar bij onderwerken in zowel de herfst als in het voorjaar. Dit hogere percentage komt doordat bij vlinderbloemigen met name de ondergrondse delen in verhouding veel N naleveren


Bovengrondse N-opname
Tabel 3 vermeldt voor een aantal groenbemesters de gemiddelde hoeveelheid stikstof in de bovengrondse delen. Ook zijn er zijn enkele vuistregels op basis van de gewaslengte. Zo nemen grassen/granen per 10 cm 25 kg N/ha op. Gele mosterd neemt per 10 cm 10 kg N/ha op.  

Tabel 3. Bovengrondse N-opname groenbemesters 
Groenbemester

Bovengrondse N-opname
 (kg N/ha)

Bladrammenas 50 (30-150)
Bladkool 100 (50-120)
Engels raaigras 45 (30-60)
Gele mosterd 40 (30-80)
Italiaans raaigras 45 (20-80)
Perzische klaver 120 (100-175)
Raketblad 90
Rode klaver 100 (60-140)
Tagetes 140 (70-170)
Winterrogge 100 (50-130)
Witte klaver 80 (50-120)

 

N-nalevering groenbemesters
In tabel 4 en 5 vindt u de N-nalevering van groenbemesters bij verschillende gewaslengtes en verschillende momenten van onderwerken.

Tabel 4. N-nalevering groenbemesters in het voorjaar  
Groenbemester Lengte gewas N-inhoud  N-levering bij onderwerken in
  (cm) (kg N/ha) najaar  voorjaar 
      (N kg/ha) (N kg/ha )
Bladrammenas 20 30 8 15
40 61 15 30
  60 91 23 45
Gele mosterd 20 30 8 15
  40 60 15 30
  60 91 23 45
Italiaans raaigras 15 34 9 18
30 69 17 34
  45 103 26 52
Tagetes 15 30 8 15
  30 61 15 30
  45 91 23 45
Westerwolds raaigras 15 21 5 10
30 42 11 21
  45 63 16 31
Wikke 20 60 15 30
  40 120 30 60
  60 179 45 90
Witte klaver 10 34 9 17
20 68 17 34
  30 102 26 51

 

Voor de overige groenbemesters staat de N-nalevering in tabel 5.

Tabel 5. N-nalevering overige groenbemesters     
Type groenbemester Ontwikkeling groenbemester1 Tijdstip onderwerken N-nalevering voorjaar 
      (kg N/ha)2
Vlinderbloemigen  Licht  herfst 30
(o.a. klaversoorten en wikke) (N-opname bovengronds = 20kg) voorjaar (vóór half maart) 30
Zwaar  herfst 60
  (N-opname bovengronds = 40kg) voorjaar (vóór half maart) 60
Kruisbloemigen (o.a. bladrammenas, gele mosterd, bladkool), graszaadachtigen (o.a. raaigrassen, winterrogge) en andere niet-vlinderbloemigen. Licht  herfst 15
(N-opname bovengronds = 40kg) voorjaar (vóór half maart) 20
Zwaar  herfst 30
(N-opname bovengronds = 80kg) voorjaar (vóór half maart) 40

1 De N-opname bij “zwaar” wordt bereikt bij een vroege zaai van de groenbemester of oogst van de dekvrucht en gunstige groeiomstandigheden in nazomer en herfst. De N-opname bij “licht” wordt bereikt bij een late zaai van de groenbemester of oogst van de dekvrucht en/of ongunstige groeiomstandigheden in nazomer en herfst.
2 Voor in de herfst afgevroren groenbemesters die pas in het voorjaar worden ondergewerkt kan het beste worden uitgegaan van een korting behorende bij onderwerken in de herfst.


Tips voor een geslaagde groenbemester
Om zoveel mogelijk N in het voorjaar uit groenbemesters of gewasresten beschikbaar te hebben, bent u deels afhankelijk van de temperatuur en neerslag. Daarnaast kunt u met een aantal teeltmaatregelen de N-beschikbaarheid positief beïnvloeden:

  •  Zorg voor het juiste zaaitijdstip, zaaizaadhoeveelheid, zaaidiepte, beschikbare hoeveelheid N voor de groei
  • Pas bij het onderwerken van groenbemesters op voor het ‘inkuileffect’, waarbij de bladmassa als één laag in de ploegvoor komt te liggen en daardoor moeilijk verteert. Dat geldt met name voor bladrammenas: wacht minimaal een week met het onderwerken
  • Als u de groenbemester zonder maaien wilt onderwerken, bevestig dan een ketting of balk aan de fronthef, zodat het gewas plat komt te liggen en makkelijker is onder te ploegen. Ook kunt u vlak voor het ploegen de groenbemester met een schijveneg verkleinen en mengen met de grond. Daarnaast is doodspuiten van de groenbemester (gras/graanopslag) een optie.

​Lees meer over groenbemesters:

 

N Stikstof;Overige gewassen;Bemestings planner;
gerelateerd