Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Uitgebreid zoeken
u bevindt zich: Home > Bemesting
Bemesting
Fosfaatadvies voor bouwland

In onderstaande twee tabellen zijn de fosfaatadviesgiften voor de diverse grondsoorten weergegeven die nodig zijn om de economisch optimale opbrengst te halen bij een bepaalde fosfaattoestand van de bodem (Pw-getal). De akkerbouw- en vollegrondsgroentegewassen zijn ingedeeld in vijf gewasgroepen afnemend in fosfaatbehoefte.


Fosfaatadvies in kg P2O5/ha voor dekzand, dalgrond, rivierklei en löss
Pw-getal Gewasgroep
  0 1 2 3 4
10 - 185 160 130 100
15 - 170 145 110 80
20 - 150 125 95 60
25 - 135 110 75 40
30 235 (c)  120 90 55 20
35 155 (c)  105 75 40 0
40 95 (c) 85 55 20  
45 70 (e) 70 40 0  
50 55 (e) 55 20  
55 35 (e) 35 0    
60 20 (e) 20    
65 0 0      

 

Fosfaatadvies in kg P2O5/ha voor zeeklei en zeezand
Pw-getal Gewasgroep
  0 1 2 3 4
10 - 185 150 110 60
15 - 170 130 90 40
20 - 150 115 65 20
25 245 (c) 135 95 45 0
30 190 (c) 120 75 20  
35 130 (c) 105 55 0  
40 85 (e) 85 40  
45 70 (e) 70 0    
50 55 (e) 55    
55 35 (e) 35      
60 20 (e) 20    
65 0 0      

 

Gewasgroepindeling 
Gewasgroep Gewassen
​0 andijvie (incl. krulandijvie), augurk (teelt-aan-touw), bleekselderij, Chinese kool,
consumptieraap, paksoi, pastinaak op zand, peen op zand (alle teelten), peterselie
(eenmalige en meermalige oogst), sla (bind-, krop-, ijs-, eikenblad, lolla rossa), snijbiet,
spinazie, venkel, witlof op zand
​1 aardappel (consumptie-, zetmeel-, industriële verwerking), augurk (vlakvelds), boon
(bruine, stamsla-, snij-, stok-, pronk-, tuin-, veld-) 1 , erwten (dop-, landbouw), knoflook,
koolrabi, knolselderij, peul, rammenas, spruitkool, uien (bosui, sjalot, zilverui, plant- en
zaaiui)
​2 ​Suikerbieten, voederbieten, zaadbieten, vlas en karwij, raapsteel, radicchio, radijs
​3 ​bloembollen, klaver, wikken, luzerne (12,5t ds/ha, anders 20kg P2O5/ha), gerst, witlof,
1- en 2-jarig grasland (2 sneden), peen op klei (alle teelten), pastinaak op klei, witlof op klei 
​4 ​granen (behalve gerst),graszaad, koolzaad, aardbei, asperge (wit en groen), bieslook,
bloemkool (witte, groene, romanesco), boerenkool, broccoli, courgette, koolraap,
kroot, pompoen, prei (alle teelten), rabarber (alle teelten), schorseneer, sluitkool
(groene, rode, savooie, witte, spits-)
Voetnoot  
a Bij rijenbemesting de halve hoeveelheid
b Op zandgrond bij breedwerpige bemesting de dubbele hoeveelheid geven.
  Op kleigrond bij rijenbemesting 75 % van het advies geven.
c Gift ondiep in zaaibed of op plantdiepte of als rijenbemesting toedienen.
d De giften zijn afgestemd op inwerken in een bouwvoor van 30 cm.  
Voor lelie, gladiool, dahlia en Zantedeschia is inwerken in 0 - 20 cm bouwvoor voldoende.
e

Hierbij kan met tweederde van de geadviseerde gift worden volstaan.

Wanneer de meststof wordt geplaatst (bovenin het zaaibed, op plantdiepte of als rijenbemesting) kan worden volstaan met 50-75% van de adviesgift. De besparing is groter naarmate de groeiduur korter, de rijenafstand ruimer, de beworteling ondieper, de dagelijkse vraag naar fosfaat en totale fosfaatopname hoger en de fosfaattoestand lager is.

 

Opmerkingen

  • Het tweede gewas bemesten met de halve hoeveelheid.
  • Pootaardappelen kunnen zwaarder bemest worden dan consumptie aardappelen.
  • Granen met ondervrucht klaver hebben iets meer fosfaat nodig.
  • Het heeft voordelen om het fosfaat voor de gewasgroepen 3 en 4 aan de fosfaatbehoeftige gewassen uit groep 1 en 2 te geven (bouwplanbemesting).

 

 Bron: Adviesbasis bemesting akkerbouw en vollegrond PPO-307_mrt 2013

 

Bemesting;Consumptieaardappel;Pootaardappel;Zetmeelaardappel;Biet;Wintergerst;Zomergerst;Plantui;Zaaiui;Wintertarwe;Zomertarwe;Prei;Koolgewas;Koolzaad;Knolselderij;Erwten;Cichorei;P Fosfor;
gerelateerd