Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Uitgebreid zoeken
u bevindt zich: Home > Bodem
Bodem
Bodemverdichtingen opheffen in de stoppel

​Het probleem van verdichtingen in de grond komt vaker voor dan menig teler denkt. Vooral op een diepte net onder de ploegdiepte (25 – 35 cm) zien we op zandgronden vaak verdichtingen. Welke negatieve gevolgen heeft dit?

De belangrijkste gevolgen van bodemverdichting zijn:

  • een minder diepe beworteling van de gewassen met als gevolg minder beschikbaar vocht en mineralen; elke 10 cm beworteling betekent circa 8 mm extra beschikbaar vocht.
  • stagnatie van de afvoer van overtollig water
  • wateroverlast in de winter
  • verslechtering structuur en afname bodemleven

Verdichtingen ontstaan met name tijdens het ploegen (rijden door de voor) en door het berijden met zware machines, verkeerde banden en/of te hoge bandenspanning (oogst aardappelen / bieten en afvoer van de producten). Met een visiteerijzer is de mate van verdichting en de verdichtingsdiepte(n) eenvoudig vast te stellen. Het advies is wel een meting uit te voeren onder voldoende vochtige omstandigheden; in droge grond is de meting onvoldoende representatief. Ook kan gekeken worden naar de beworteling van een reeds geoogst gewas door een gat te graven tot aan de witte ondergrond. Zwarte grond is namelijk doorwortelbaar, wit zand vrijwel niet.

Opheffen van verdichtingen kan prima met een vastetandcultivator. Belangrijk is de werkdiepte en -breedte. Bij een verdichting op meer dan 30 cm is het vaak niet mogelijk met een cultivator te werken van 3 m breed. Op het oog lijkt het prima, maar de grond wordt losser en omhooggewerkt. Hierdoor lijkt de werkdiepte voldoende, maar is het niet. Kijk in de grond en meet de werkelijke werkdiepte. De tanden moeten tot net onder de verdichting komen. Dieper heeft geen zin. Vaak is het noodzakelijk de werkbreedte te verkleinen en/of met bijvoorbeeld een driepoot te werken. Maak de grond ook nooit dieper los als de diepte van de zwarte grond. 

Een tweede belangrijke eis is dat een perceel goed ontwaterd moet zijn (of nooit geen wateroverlast kent). Maak daarom een grond, waar het ook nat kan worden, nooit diep los vóór dat de ontwatering verbeterd is (drainage). Je loopt dan namelijk het risico dat de grond zich vanaf onder volzuigt en je er onder vochtige omstandigheden niet meer op kunt; de "vaste bodem" is dan weg. Raadpleeg zo nodig een bodemkundig adviseur.

Bron: Delphy


Bodem;
gerelateerd