Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Uitgebreid zoeken
u bevindt zich: Home > Bemesting > Overige gewassen
Overige gewassen
Aandachtspunten groenbemesters

Als u een groenbemester dit jaar (2017) wilt laten meetellen voor de extra N-ruimte (50 of 60 kg afhankelijk van de grondsoort) binnen de gebruiksnormen, geldt voor de kleigronden dat de groenbemester uiterlijk 1 september is ingezaaid en minimaal 8 weken (56 dagen) moet blijven staan. Bij zand-, löss- en veengronden moet de groenbemester uiterlijk 1 september ingezaaid zijn en mag dan pas na 1 december vernietigd worden. 

Onder vernietigen wordt zowel ploegen als doodspuiten verstaan. Bij groenbemesters gezaaid als Ecologisch aandachtsgebied (EFA) geldt minimaal 10 weken. Zie mijn.rvo.nl​  voor de volledige regelgeving.

​​​Onderwerken
​Pas bij het onderwerken van groenbemesters op voor het ‘inkuileffect’, waarbij de bladmassa als één laag in de ploegvoor komt te liggen en daardoor moeilijk verteert. Vooral na het maaien of klepelen van bladrammenas is het raadzaam niet direct het gewas onder te werken, zodat het makkelijker verteert. Ook is het een mogelijkheid om vlak voor het ploegen de groenbemester met een schijveneg te verkleinen en te mengen met de grond. Daarnaast is doodspuiten van de groenbemester (gras/graanopslag) een optie.

Klepelen na bloei
​​Bij percelen die vroeg ingezaaid zijn met een groenbemester en nog niet op korte termijn bewerkt gaan worden, is het advies het gewas na de bloei te klepelen om zaadvorming te voorkomen. Bij gras/klaver groenbemesters kan het in de herfst/winter ook een optie zijn om er schapen op in te scharen. Schapen zorgen voor een goede uitstoeling van de grasmat. Laat schapen echter niet te lang onder natte omstandigheden lopen, dan verdichten ze de toplaag te veel.

​​​​Bron: Delphy en OCI Agro
Overige gewassen;Groenbemesters Bladrammenas;Groenbemesters Gele mosterd;Groenbemesters Italiaans raaigras;Groenbemesters Japanse haver;N Stikstof;
gerelateerd