De verschillende stikstofvormen

De stikstofvorm in kunstmest bepaalt de beschikbaarheid voor het gewas maar ook het risico van stikstof verliezen. Het heeft dus een effect op de groei en de stikstof benutting. We onderscheiden drie belangrijke verschillende stikstofvormen: nitraatstikstof, ammoniumstikstof en amidestikstof.

Nitraatstikstof (NO3-N)

Deze stikstofvorm is direct voor de plant beschikbaar. Het gewas neemt bij voorkeur en overwegend (80-90%) deze stikstofvorm op. Nitraatstikstof beweegt zich in de bodem via het bodemvocht naar de wortels van het gewas. Voor een vlotte groei moet daarom voldoende nitraat aanwezig zijn. Nitraat kan bij extreme omstandigheden uitspoelen naar diepere lagen of bij zuurstofgebrek in de bodem denitrificeren.

Ammoniumstikstof (NH4-N)

Deze vorm van stikstof wordt in de eerste weken na bemesting vastgelegd in micro-organismen. Het komt daarna geleidelijk weer ter beschikking van het gewas. Het is een stikstofvorm die omgezet wordt in nitraatstikstof. Dit kost afhankelijk van de bodemtemperatuur enige tijd. De stikstof is daardoor enigszins traagwerkend.



Ammoniumstikstof is niet mobiel in de grond en kan daardoor niet uitspoelen. Voor opname moeten de wortels naar de ammoniumstikstof toe groeien. Niet alle wortels komen zo in contact met deze stikstof. Ammoniumstikstof is niet gevoelig voor uitspoeling. Bij lage temperaturen (onder de 10 graden Celsius) hebben gewassen zoals aardappelen en gras een voorkeur voor ammoniumstikstof.

Amide stikstof  (ureum)

Deze stikstofvorm zit in ureum. Het is een organische stikstofvorm die met behulp van het enzym urease eerst omgezet wordt in ammoniumstikstof. Door de lokale pH-stijging geeft dit grote risico’s voor ammoniakverliezen. 
Het is traagwerkend. In de bodem is amidestikstof gevoelig voor uitspoeling. Amidestikstof kan in beperkte hoeveelheden direct via het blad opgenomen worden.