Gebruiksverbod van dierlijke meststoffen
Gebruiksverbod
-
op natuurterrein zonder een beheer, waterige fractie mag niet op natuurterrein
-
indien de bovenste bodemlaag met water is verzadigd.
-
indien de bodem geheel of gedeeltelijk is bevroren. Geldt niet voor vaste mest op grasland.
-
indien de bodem geheel of gedeeltelijk is bedekt met sneeuw. Geldt niet voor vaste mest op grasland.
-
op grond met een helling van 7% of meer, die aangetast is door geulenerosie.
-
op bouwland, braakland of niet-beteelde grond met een helling van 18% of meer.
-
op niet-beteelde grond met een helling van 7-18%, indien niet binnen acht dagen een gewas wordt ingezaaid.
Indien binnen acht dagen na toediening maïs, aardappelen of bieten worden ingezaaid geldt het uitrijverbod toch indien:
-
perceelslengte groter dan 300 m is.
- niet over beide einden over de volle breedte van het perceel een duidelijk waarneembare kavelgrens aanwezig is of
- het perceel niet over de volle breedte wordt begrensd door grond die gelijkmatig is bedekt met een ander perceel maïs, aardappelen of bieten of indien zulks het geval is de lengte van die aaneengesloten bedekking minder dan 100 meter bedraagt.