De toepassing van kunstmestvervangers
Bij de productie van zgn. kunstmestvervangers wordt mest gescheiden in een vaste fractie en een mineralenconcentraat ook wel kunstmestvervanger genoemd. Welke landbouwkundige effecten kunnen verwacht worden van deze nieuwe producten? Waar kunnen de producten ingezet worden?
De verschillen tussen de vaste fractie en het mineralenconcentraat
Vaste fractie
|
Mineralenconcentraat
|
- Stapelbaar product, uit te rijden met verspreider
- Per kg P2O5 minder werkzame stikstof en kali,
daardoor lagere bemestingswaarde per ha dan onbehandelde mest - Toekomstige toelating aanwending in najaar afhankelijk van gehalte werkzame stikstof
- Wettelijk heeft een vaste mest nu een stikstofwerking van 40% (rundermest) of 55% (varkensmest)
|
- Vloeistof met stikstof en kali
- Vrijwel vrij van fosfaat en organische stof
- Gehalte N en K2O tussen 5 en 10 kg/m3
- Emissiearme aanwending verplicht om
ammoniakverliezen te beperken - Toepassing mogelijk binnen stikstofgebruiksnorm
- Werking van stikstof en kali: 100%, dus vergelijkbaar met kunstmest
- Concentraat met name toepassen op gewassen met een duidelijke kalibehoefte
|
Welke toepassingen bieden deze producten?
Het mineralenconcentraat leent zich door zijn lage gehalten het best voor regionale afzet. De vervanger is interessant voor melkveebedrijven die ook de kali goed kunnen gebruiken bij voorbeeld op mais. Zo kan de kalibehoefte van mais beter gedekt worden.
Ook akker- en tuinbouwbedrijven in de regio komen voor het concentraat in aanmerking met name op kalibehoeftige teelten zoals aardappelen, uien en peen.
De vaste fractie leent zich voor afzet naar akkerbouwbedrijven op afstand. De aantrekkelijkheid hangt sterk af van de prijs ten opzichte van onbehandele mest, de hoeveelheid werkzame stikstof en de wettelijke aanwendingsmogelijkheden in het najaar.
Productie concentraat gekoppeld aan mest
De productie van mineralenconcentraat is gekoppeld aan de hoeveelheid mest. Per m3 mest komt er een vaste hoeveelheid concentraat en vaste fractie beschikbaar.
Het fosfaat uit mest komt grotendeels terecht in de vaste fractie. Door de lagere normen en de afhankelijkheid van de fosfaattoestand neemt de plaatsingsruimte voor onbehandelde mest en vaste fractie mest landelijk af. Dit verandert niet door de komst van kunstmestvervangers. Het teveel aan fosfaat zal steeds meer buiten de Nederlandse landbouw afgezet moeten worden.