Bouwland Nieuws

Bedrijfsprofiel

Eigenschappen van kunstmestvervangers

Onderzoek in 2009 laten zien dat mineralenconcentraten ook wel kunstmestvervangers genoemd duidelijk andere eigenschappen hebben dan onbehandelde mest. Naast een andere samenstelling is de kans op ammoniakemissie hoger en de stikstofwerking lager dan tevoren ingeschat.
De afzetmogelijkheden hangen af van de plaatsbaarheid en wenselijkheid van de aangevoerde fosfaat en kali. In 2010 wordt het onderzoek voortgezet.

De bijzondere eigenschappen van mineralenconcentraten

  • De direct werkzame stikstof is volledig in ammoniumvorm aanwezig. De concentraten bevatten ongeveer 10% organische stikstof.
  • De stikstof werking was in 2009 in aardappelen 75 – 85 %, op grasland in 2009 40 - 73 %. Dit is lager tot veel lager dan tevoren ingeschat.
  • De zuurgraad is 0.5 – 1 punt pH hoger dan normale mest. Hierdoor is de kans op ammoniakemissie groter dan bij onbehandelde mest.
  • Om deze verliezen te vermijden worden er hoge eisen gesteld aan de emissiearme aanwending.
  • Het fosfaatgehalte is niet verwaarloosbaar. Bij 100 kg N/ha is er een fosfaataanvoer van 7 kg P2O5/ha. 

Gemiddelde samenstelling mineralenconcentraat van 51 monsters in 2009

Bestandsdeel Eenheid Gemiddelde
Totaal stikstof kg N/ton 6.9
Ammoniumstikstof kg N/ton 6.3
Organische stikstof kg N/ton 0.7
Fosfaat kg P2O5/ton 0.5
Kali kg K2O/ton 9.0
Zuurgraad  - 7.9
Organische stof kg /ton 14.6

Ammoniak- en lachgasemissies van mineralenconcentraten

Een mineralenconcentraat bestaat uit een oplossing van ammoniumstikstof en een laag gehalte organische stikstof en een hoge pH. Deze combinatie geeft extra risico op ammoniakemissie. Uit emissie proeven in 2009 blijkt:

  • Emissiearm toegediend concentraat geeft een lage ammoniakemissie, vergelijkbaar met ingewerkte mest en oppervlakkig toegediende kunstmest (KAS).
  • Op bouwland geeft emissiearm toegediend concentraat een veel hogere lachgasemissie dan oppervlakkig toegediende kunstmest (KAS).
  • Op grasland geeft emissiearm toegediend concentraat meestal een hogere lachgasemissie dan oppervlakkig toegediende kunstmest (KAS).

Economische haalbaarheid

Concentraat heeft goede afzetmogelijkheden bij hoge kunstmestprijzen. Een laag fosfaat- en kaligehalte vergroten de afzetmogelijkheden in de melkveehouderij. In de akkerbouw speelt dit minder een rol.

Toepassing op veebedrijven
De inzet van concentraat is afhankelijk van de kalibehoefte en het fosfaatoverschot op het bedrijf. Vooral werkzame stikstof is van waarde. De fosfaataanvoer is niet altijd plaatsbaar. De kaliaanvoer is op grasland vaak minder gewenst. Op mais past de kaliaanvoer goed.

Toepassing op akkerbouwbedrijven
Vooral de werkzame stikstof en kali is van waarde. De fosfaataanvoer is meestal goed plaatsbaar. De kaliaanvoer past met name goed bij kaligevoelige gewassen zoals aardappelen, mais etc.

Bron: Alterra, Wageningen UR, rapport Kunstmestvervangers onderzocht, tussentijds rapport, december 2009