De eigenschappen van kalkmeststoffen
De keuze voor een bepaalde kalkmeststof is afhankelijk van:
1. de neutraliserende waarde (nw);
2. de fijnheid;
3. het vochtgehalte;
4. de strooibaarheid;
5. het magnesiumgehalte.
De neutraliserende waarde (nw, vroeger zbw)
De belangrijkste functie van kalkmeststoffen is het verhogen van de pH door het neutraliseren van de zuren in de bodem. Hoe hoger de neutraliserende waarde (vroeger ook wel zbw genoemd), hoe groter de neutraliserende waarde en dus hoe minder kilogrammen kalkmeststof men behoeft te strooien.
De fijnheid
De fijnheid van een kalkmeststof is om twee redenen belangrijk:
- Hoe fijner een kalkmeststof is, hoe groter het gezamenlijk aanrakingsoppervlak van de kalkdeeltjes met de grond. Dit betekent dat de bodemzuren dus ook sneller in contact komen met de kalk.
- Fijne kalkmeststoffen zijn landbouwkundig gezien, goed te verdelen en vermengen dus ook makkelijk met de grond.
Het vochtgehalte
Hoe lager het vochtgehalte des te beter de kalkmeststoffen te verdelen zijn. Het vochtgehalte is tevens bepalend voor het type strooier dat u kunt gebruiken. Met vijzelstrooiers en speciale pendelstrooiers voorzien van een stofscherm zijn fijne, droge kalkmeststoffen uitstekend en gelijkmatig te verdelen.
Vochtige kalkmeststoffen worden met een schotel- of schijvenstrooier op het land gebracht en zijn iets moeilijker te verdelen.
De strooibaarheid
De strooibaarheid hangt zeer nauw samen met de fijnheid en het vochtgehalte. Een goede strooibaarheid zorgt voor een goede verdeling en dus een goede vermenging met de grond.
Het magnesiumgehalte
Gronden met een magnesiumgebrek kunnen worden bekalkt met kalkmeststoffen met magnesium. Er zijn kalkmeststoffen (zowel droge als vochtige) op de markt met verschillende gehaltes aan magnesium zodat er op maat bekalkt kan worden.